vijfminutenspeech - 7 februari 2020

Vriendschap

vijfminutenspeech - 11 januari 2020

Van oud naar nieuw: over kaarten en taarten

 

Tussen Kerstmis en Nieuwjaar worden deze dagen wereldwijd kaarten verstuurd. Creatieve, mooie, kunstzinnige, commerciële, originele ...

Die traditie is - haast toevallig - gegroeid in Engeland. Met kerst 1843 zat een zekere John Calcott Harsley op het jaarlijkse klassieke familiediner. Tussen kalkoen en kersttaart haalde John, tekenaar en kunstschilder, potlood en papier boven en begon de feestvierende familie te tekenen. Op de kaart schreef hij A Merry Christmas and a Happy New Year to You.  Een succes! En lang duurde het niet eer het sturen van kerst- en nieuwjaarswensen verspreid werd. (Jammer wel dat wij nog altijd meer kaarten met Engelse tekst dan met Nederlandse tekst krijgen en schrijven. Een tip voor volgend jaar?)

 

Om de feestperiode af te sluiten eten we op 6 januari driekoningentaart.

Een mooi verhaal dat begint in het Franse dorpje Pithivier in de 16de eeuw. Op weg  naar huis  na een bezoek aan zijn 'vriendin' madame Marie Touchet botste koning Karel IX in het bos van Orléans op een bende Hugenoten. Die Franse protestanten dachten dat ze een vijand - een katholiek - gevangen genomen hadden en sloten hem op. Pas 's anderendaags zagen ze hun vergissing in. Om het goed te maken lieten ze de plaatselijke bakker dé specialiteit van de streek voor de koning te bakken: een taart uit bladerdeeg, gevuld met pastei. Een heerlijkheid, vond de koning en de bakker werd prompt benoemd tot Confiseur Royale. Koninklijke Banketbakker. Elk jaar opnieuw werd zo'n taart gebakken, maar de pastei werd vervangen door amandelroom. En elk jaar ook kregen de armen van het dorp een punt van de taart. Later nog werd er een boon in de taart verstopt.

vijfminutenspeech - 15 november 2019

Moet er nog CO² zijn? Vlaamse initiatieven voor duurzame energie

Voor een pdf van de slides, klik hier

vijfminutenspeech - 6 september 2019

Jan Van Daele

Muren spreken

Met het thema van de avond: "MUREN en MENSEN - Wat muren doen met mensen, wat mensen doen met muren" raken we een hoogst architecturale kwestie. Muren beschermen, maar scheiden evenzeer. Muren bieden onderdak, maar beroven ook bewegingsvrijheid. Muren getuigen ook van de voorgeschiedenis en dragen de sporen van het verleden. Als de muren konden spreken....

De binnenkoer van de oude kazerne Dossin is vereeuwigd in een iconische foto met een aantal vrachtwagens met ernaast tientallen koffers van Joden die hier verzameld werden om gedeporteerd te worden naar de concentratiekampen.

Dat beeld is ook bijgebleven bij de architect van het nieuwe museumgebouw, bOb van Reeth. Hij ontwierp een monolithisch gebouwenblok zonder ramen met ervoor een nieuwe "binnenkoer", een halfgesloten pleintje, zijdelings geflankeerd door de Mechelse stadsmuur.

Geen gewoon stadsplein, maar een plaats van herinnering, een monument in de stad. 'Monument', van het Latijnse woord 'monere', herinneren.

Niet mooi en gezellig , maar muren en bestrating éénkleurig wit om niet af te leiden en om te herdenken wat hier gebeurde.

De muren van het museum zitten vol symboliek: dichtgemetselde ramen die herinneren aan de pogrom, maar evenzeer aan de huizen van Oost-Berlijn die op de grens lagen met het Westen. De inkompoort van het voormalig arresthuis blijft voor altijd gesloten, symbool voor het verlies van vrijheid en voor de blinde dictatuur. De feitelijke ingang ligt helemaal opzij van de voorgevel. Geen praaltrap, geen afdak, maar een ijzeren schuifpoort als het welkom van een goederenwagon, net zoals de wagon op het voorplein, gebruikt in de laatste transporten. Eens binnen word je geconfronteerd met een gigantische portrettenwand die naar de keel grijpt: meer dan 19.000 foto’s van gedeporteerden die hiermee terug een gezicht krijgen en eruit zien zoals u en ik.

Met de restauratie van het Predikherenklooster tot Stadsbibliotheek heeft Mechelen er een nieuwe trekpleister bij. Op de stoepstenen in het Tinelpark, tussen het Predikheren en de Dossinkazerne, is dit vers gebeiteld: "Men zong met aarde in de mond een lieflijk lied over de oorlog die je in het hart treft. Schrijf op hoe stil het hier is." 

Uit het gedicht: “Hongerkamp bij Jaslo” van Wisława Szymborska (1923-2012)

vijfminutenspeech - 5 april 2019

Christophe Van Canneyt

Over de ongelijkheid in de wereld

Soms lijkt het alsof de ongelijkheid in de wereld is toegenomen. Maar is dat wel zo?

Op wereldvlak blijkt die juist nog nooit zo sterk afgenomen te zijn als in de voorbije 30 jaar! Waar het 'Westen' bij de val van de Berlijnse muur nog 75% van het wereldinkomen vertegenwoordigde, is dat nu nog slechts 45%. De middenklasse in landen als China en Indië ging er enorm op vooruit. Sub-Sahara blijft echter helemaal achter en de kloof met de rest van de wereld blijft schrijnend groot. De rijkdom van de lagere en middenklasse in het Westen is echter niet meer gestegen, of zelfs lichtjes gedaald, vandaar de onrust en het knagende ongenoegen bij een deel van de bevolking. Dat ongenoegen blijkt uit bewegingen of feiten als de Gele Hesjes, de brexit, het succes van Trump,... Tergend is natuurlijk wel dat de rijken nog rijker geworden zijn, met vooral extremen in Angelsaksische landen. Een grafiek als een olifant toont waar globalisatie winners en verliezers heeft gecreëerd.


 

vijfminutenspeech - 1 maart 2019

Herman Sobrie

Over de geschiedenis van Dixieland of New Orleans jazz

Het muziekgenre dat mijn passie is wordt jazz genoemd naar het Amerikaanse straatwoord "to jass" dat verwees naar de gekke dansen van de Afrikaanse slaven. De muziekstijl heeft namen als New Orleans, Old South, Hot Jazz, maar vooral Dixieland. Dixieland is Louisiana langs de westelijke oever van de Mississipi, de Franse kolonie die in 1806 door Napoleon aan de US werd verkocht. Ze werd een tweetalige staat waar de 10$ biljetten in het Frans "dix dollars" vermeldden, voor de Yankees the land of dixie, bij uitbreiding de muziekstijl die er rond de vorige eeuwwisseling zijn definitieve vorm kreeg. 


Terwijl jazz door Europeanen doorgaans nog steeds als zwarte muziek wordt bestempeld, ontwikkelde ze zich daarentegen uit de Europese harmonie en de Afrikaanse ritmiek tot de origineel Amerikaanse muziek die we kennen met haar tegentijden en blue notes. Dat jazz ook in zijn latere stijlen nog steeds en erg on-Europees een geïmproviseerde muziekvorm blijft heeft alles te maken met de toenmalige en latere muzikanten, blank of zwart,die gewoon geen partituur konden lezen, laat staan betalen. De eerste bands waren van in het begin behoorlijk divers, maar de eerste jazz platen werden in 1917 opgenomen door uitsluitend blanke bezettingen. 


Die Amerikaanse muziek werd bliksemsnel wereldmuziek, danig geholpen door de nieuwe platenindustrie en de twee miljoen Amerikaanse soldaten die via de haven van New Orleans naar de Europese slagvelden trokken. In die mate dat dixieland zelfs de dominerende stijl werd van de roaring twenties, ook in Europa. Het eerste boek over jazz uit 1930 werd trouwens niet in de US uitgegeven, maar in Parijs door de Brusselse advocaat Robert Goffin. Vanaf de jaren '30 werd de dixieland wat ondergesneeuwd onder nieuwere stijlen, maar na de tweede wereldoorlog kwam er een revival die vanuit New Orleans Engeland opnieuw besmette om begin '60 naar het vasteland over te steken en een nieuwe generatie New Orleans muzikanten op te leveren. Dixieland werd vanaf de jaren '90 in België een wat marginale muziekvorm toen Radio Klara besloot het genre uit haar programmatie en bijgevolg uit het publieke domein te bannen.

vijfminutenspeech - 12 januari 2019

Erik Hertog

Over Bruegel, de dichter W. H. Auden en empathie

Musée des Beaux Arts - W. H. Auden

About suffering they were never wrong,
The old Masters: how well they understood
Its human position: how it takes place
While someone else is eating or opening a window or just walking dully along;
How, when the aged are reverently, passionately waiting
For the miraculous birth, there always must be
Children who did not specially want it to happen, skating
On a pond at the edge of the wood:
They never forgot
That even the dreadful martyrdom must run its course
Anyhow in a corner, some untidy spot
Where the dogs go on with their doggy life and the torturer's horse
Scratches its innocent behind on a tree.

 

In Bruegel's Icarus, for instance: how everything turns away
Quite leisurely from the disaster; the ploughman may
Have heard the splash, the forsaken cry,
But for him it was not an important failure; the sun shone
As it had to on the white legs disappearing into the green
Water, and the expensive delicate ship that must have seen
Something amazing, a boy falling out of the sky,
Had somewhere to get to and sailed calmly on.

 

Musée des beaux arts - W.H. Auden/ vertaling J. Bernlef

Wat het lijden betreft vergisten zij zich nooit,
De Oude Meesters: hoe goed begrepen zij
Zijn menselijke rang; hoe het plaatsheeft
Terwijl iemand anders aan het eten is of een raam opent of net traag voorbijloopt;
Hoe, terwijl de oudere mensen eerbiedig, vol hartstocht
Op de wonderbaarlijke geboorte wachten, er altijd
Kinderen zijn die niet wilden dat het gebeurde, schaatsend
Op een vijver aan de rand van het bos;
Zij vergaten nooit
Dat zelfs het verschrikkelijke martelaarschap zich moet voltrekken
Ergens in een hoek, op een rommelige plek
Waar de honden doorgaan met hun hondse leven en het paard
Van de beul zijn onschuldige billen schurkt aan een boom.

 

Op Bruegels Icarus, bij voorbeeld: zoals alles zich
Op zijn dode gemak van de ramp afkeert; de man achter de ploeg
Zou de plons gehoord kunnen hebben, de verloren kreet,
Maar voor hem was het geen belangrijk fiasco; de zon scheen
Zoals het moest op de witte benen die verdwenen in het groene
Water; en het kostbare, fragiele schiep dat iets merkwaardigs
Gezien moet hebben, een jongen die uit de hemel viel,
Moest ergens heen en zeilde rustig door.

vijfminutenspeech - 7 december 2018

Fons De Vadder

Al wandelend de 19 gemeenten van het Brussels Gewest verkennen


Bij het einde van een lange beroepsloopbaan in Brussel  kon ik de stad niet loslaten. Ik voelde de behoefte om ze nog beter te leren kennen en maakte het plan om een wandeling te gaan maken in elk van de 19 gemeenten van het Brussels Gewest. Zo gezegd, zo gedaan. Het is een grote meevaller geworden. In die mate zelfs dat ik iedereen kan aanraden om ook nu en dan eens naar Brussel te gaan en er de begane paden te verlaten. Brussel is tenslotte onze hoofdstad, van België, Europa en Vlaanderen.

Een paar ideeën en vaststellingen:

  • Art nouveau-wandeling in Sint-Gillis In de omgeving van het stadhuis  en het pre-metrostation “Horta” is een wirwar van straten met heel wat huizen in art nouveau-stijl, van veel verschillende architecten. Toppunt is de Vanderschrickstraat, die zo goed als volledig in deze stijl bewaard is gebleven.

  • Straatnamen

    • Hier en daar zijn er nog oude, echt Brusselse straatnamen . Bv. de “Kuulkapperstroet” in Sint-Gillis (daar woonden destijds de mensen die de Brusselse kool, de “spruitjes” kweekten – toen heette Sint-Gillis trouwens nog Opbrussel).

    • Soms is er een foute vertaling van de straatnaam, wat tot onduidelijkheid of zelfs hilariteit kan leiden. Bv. in Evere heet een straat in het Frans  “Rue de l'arbre unique" en in het Nederlands “Eenboomstraat”.

    • Er zijn soms ook rare straatnamen. Bv. het “Sukkelpad”, dat niet te vinden is in een gemeente waar veel sukkelaars wonen, maar in  een mooie buurt van het rijke Ukkel(De schrijver Jan Van Nijlen heeft daar misschien wel gewoond, want hij schrijft ergens dat hij in Ukkel bleef wonen, want “het leven, waar dan ook, is een gesukkel”).

  • Museum van de straatverlichting in LakenEen straat met aan weerszijden om de 10 meter een andere verlichtingspaal.

Als je naar Brussel gaat,

  • loop dan ook eens binnen in één van de 22 Vlaamse cultuurhuizen

  • ga een goede pint  Brussels bier drinken (Geuze, Zinnebier, Zennebier,...)

  • ga een stukje eten in een  van de typische restaurants met een mooie Brusselse naam, bv. “De  schieven architek” aan het Vossenplein in Brussel, “De schieve lavabo” in Oudergem, of ook nog in Vorst op de hoogte 100 (hoogste punt van het Brussels Gewest). En dan is er natuurlijk ook nog “Au vieux spijtigen duivel” in Ukkel. Kan het nog meer Brussel zijn?

vijfminutenspeech - 9 november 2018

Greet Jacobs

Het LEZERSCOLLECTIEF

Beste vrienden,
Diegenen die mij een beetje kennen weten dat ik van lezen hou. Ik ben dan ook vrijwilliger bij het Lezerscollectief en daarom wil ik graag wat meer vertellen over deze organisatie.

  • Wat? Coöperatieve vennootschap met als doel iedereen in contact te brengen met literatuur met grote L. 

  • Inspiratie? Het is geïnspireerd op the Reader Organisation van de Britse Jane Davis, Dr. in de literatuur. Ze groeide zelf op in een kansarm gezin, ze geraakte de pedalen kwijt, zat aan de drugs, raakte zwanger tijdens haar humaniora, maar dankzij een leraar die haar in contact bracht met boeken maakte ze als alleenstaande moeder toch haar studies af. Door de boeken ging de wereld voor haar open. Ze doctoreerde later aan de universiteit. Toen ze er lesgaf, merkte ze op dat er weinig kansarme studenten waren en ze besloot in 1997 om leesgroepen op te richten in het ganse land voor mensen die weinig in contact kwamen met literatuur, want samen lezen maakt weerbaarder en geeft aanknopingspunten voor je eigen leven.

  • Bij ons: Waar? Het Lezerscollectief werd opgericht in Vlaanderen in 2014 en telt nu reeds 80 groepen. Wij lezen voor in woonzorgcentra, gevangenissen, voor geplaatste jongeren, voor kansarme mensen en ook in de lerarenopleiding en in basisscholen.

  • Verschil gewone leesclub?

  1. Wij lezen voor, niemand moet op voorhand de tekst gelezen hebben. Tijdens een leesbijeenkomst lezen we een kortverhaal en een gedicht. Zo is elke leesactiviteit een afgerond geheel. 

  2. Op enkele momenten in de tekst houden we halt. Dan is er ruimte om de leesbeleving te delen. nooit moet iemand spreken.

  3. Het is volledig gratis voor de deelnemers, de drempel moet zeer laag zijn. Het vindt plaats in een gezellige ruimte met een koffie en een koekje.

  4. De leesbegeleiders krijgen een opleiding, er zijn netwerkdagen, vormingsdagen en intervisie in de Kluizerij te Affligem.

 

Ik sluit graag af met een citaat van Guus Kuijer:
‘Het voordeel van boeken is dat je in korte tijd met honderden levens kunt meeleven. Je ontwikkeling gaat sneller dan wanneer je niet leest. Je komt in allerlei culturen terecht, in verschillende tijdperken en zelfs in het andere geslacht.Goede verhalen nestelen zich in je geheugen en gaan tot je eigen geschiedenis behoren.’ 

 

vijfminutenspeech - 5 oktober 2018

Corneel Beyers

VOSSEN – Expeditie in het land van Reynaert, mei –september 2018

Fietstocht – meer dan 40.000 deelnemers, in het Waasland,  land van Reynaert, georganiseerd door de Phoebus Foundation

Zie website: https://www.vossen.vlaanderen/nl/fietsroute 

 

Phoebus Foundation

  • stichting naar Angelsaksisch model

  • Katoennatie, Familie Huts hebben hun waardevol cultureel patrimonium, ondergebracht in deze stichting

    • Onttrekken aan de financiële risico’s van het bedrijfsleen

    • Stukken kunnen nooit worden verkocht ten gunste van de  familie Huts of de Katoennatie

    • Verwerft ook kunstvoorwerpen en beheert ze

  • In haar patrimonium:

    • werken van vooral Belgische, Vlaamse kunstenaars, ook heel wat Latijns-Amerikaanse kunstwerken

    • 350 boeken Reynaert de Vos

    • Textiel uit de Oudheid

    • Meer dan 400 atlassen, kaarten, stadsgezichten daterend vanaf de 16e eeuw

 

  • Permanente tentoonstelling in hoofdkantoor, organiseert tijdelijke tentoonstellingen, symposia… en ook deze fietstocht Vossen met culturele tussenstops, zoals

    • Het Mercatorhuis, met atlassen en kaarten uit de 16e en 17e eeuw o.m. van Mercator, Ortelius, e.a… en, in de tuin, beelden van Jan Fabre,  Sophie Ryder, e.a….

    • Het Huis van Zonde, een expo gewijd aan de zeven hoofdzonden met werken van Rubens, Bouts, Teniers…

    • ’t Scriptorium met een overzicht van de evolutie door de eeuwen heen van het Reynaertepos

  • Phoebus Foundation heeft hiervoor nog kosten noch moeite gespaard!

 

Dierenepos Reynaert de Vos

Geschreven in de middeleeuwen, begin 13e eeuw  door een zekere Willem, maar meer weten we er niet van en het situeert zich in het graafschap Vlaanderen.

Elke deelnemende fietser kreeg twee in mijn ogen waardevolle boekjes

  • Het ene waarin het oorspronkelijke verhaal herschreven is en geplaatst in de huidige tijd – met mooie tekeningen

  • Het andere met een historisch overzicht van het Reynaert verhaal, ook mooi geïllustreerd

In de loop der tijden hebben verschillende auteurs het verhaal volgens eigen inzichten en meestal aangepast aan de tijdsgeest ‘herverteld’ (Goethe, Timmermans,…) en zo ontstaan er verschillende versies van het dierenepos.

Met de opkomst van de boekdrukkunst werden er ook mooie tekeningen aan toegevoegd.

vijfminutenspeech - 13 september 2018

Christine Bogaerts

PILOTEN zonder grenzen

Christine vertelt ons over een organisatie PZG (Piloten zonder grenzen) waarvan ze al jaren actief lid is. PZG is een internationale, onafhankelijke en professionele humanitaire luchtvaartexploitant die zich inzet  voor humanitaire acties en ontwikkelingssamenwerking. Vele ngo's zoals Unicef, Artsen zonder Grenzen, Oxfam, Handicap International,... maken gebruik van hun diensten om snel en efficiënt helpers op crisisplaatsen te krijgen of om mensen in nood over te vliegen naar veiligere plekken.  

Eén van de projecten van PZG waaraan Christine talloze keren heeft meegewerkt, is het  begeleiden van kinderen uit ontwikkelingslanden die voor specifieke chirurgische ingrepen naar België komen. PZG voert deze activiteiten uit als partner van ‘Keten Van Hoop - België’, dat beslist welke kinderen in België zullen worden geopereerd. Het is de bedoeling om die kinderen tijdens hun reis naar genezing te omkaderen en de nodige liefde te geven. Door het kind te verzorgen, verzachten de vrijwillige begeleiders de traumatische ervaring van de reis en de tijdelijke scheiding van zijn ouders. Soms mogen familieleden meereizen, en ook dat vraagt specifieke omkadering en opvang tijdens hun verblijf. Christine vertelde ons tal van anekdotes. Vooral de begeleiding van kinderen uit een vluchtelingenkamp uit Bhutan  blijven haar heel sterk bij. Die mensen waren in 40 jaar nog niet buiten hun kamp geweest en hadden dus geen idee hoe de wereld erbuiten uitzag. Ook de vele vluchten van en naar Afrika brachten haar telkens hele mooie maar intense momenten. 

 

vijfminutenspeech - 2 maart 2018

Paul Van Der Spiegel

IN DE WOLKEN

Een bijzondere interesse voor wolken en hoe ze gevormd worden, heeft Paul ontwikkeld toen hij een fervent zweefvlieger was. Ook nadien blijft hij gepassioneerd kijken naar de lucht en de wolken. De mystiek van de cumulus heeft hij helemaal ontward.

Cumuluswolken zijn afzonderlijk voorkomende en over het algemeen dichte, soms zeer forse wolken met scherp omlijnde omtrekken en grote contrastverschillen. Ze ontwikkelen zich in verticale richting in de vorm van kopjes, torens, dikwijls stapsgewijs. Het zijn stapelwolken waarvan het bovenste opbollende deel dikwijls op een bloemkool lijkt.

Hoogte: 500 - 6000 meter.

Ontstaan: Daarvoor zijn snel stijgende luchtmassa's nodig. Vaak zijn dat vlak boven het zee- of aardopppervlak verwarmde luchtbellen met een horizontale doorsnede van enkele honderden meters. Zij zetten zich uit en worden lichter dan de hen omringende koudere omgevingslucht. Dan zet de stijging van deze thermiekbellen in. Bij elke honderd meter stijging koelt de lucht binnen zo'n stijgende bel 1° Celsius af. Op een gegeven ogenblik is de lucht tot zijn dauwpunt afgekoeld. Bij verdere stijging condenseert de overtollige waterdamp, zichtbaar als een kleine witte cumuluswolk, die aan de onderzijde een scherp begrensde vlakke basis heeft. De verticale temperatuuropbouw van de omgevingslucht bepaalt tot hoever de nu zichtbaar geworden thermiekbel kan doorstijgen. Hoe hoger de cumulustop klimt, hoe meer waterdamp condenseert, in ontelbare hoeveelheden druppeltjes, die vloeibaar kunnen blijven tot temperaturen van 15 à 20 graden onder nul!

 

vijfminutenspeech - 9 februari 2018

Piet Boes

Over de hervorming van het secundair onderwijs

Sinds enkele jaren maak ik deel uit van de beheerraad van een secundaire school (Sint Ursula in OLV Waver) en dat geeft mij de gelegenheid om de onderwijsproblematiek van dichterbij mee te maken. 

Er is een -dixit Hilde Crevits- belangrijke hervorming van het secundair onderwijs onderweg. Voor de eerste van de drie graden gaat deze in per 1 september 2019; het is 2019 geworden in plaats van 2018 na aandringen van de beide belangrijke netten, die een implementatie per 1 september 2018 niet zagen zitten.
Inderdaad, mijn -vrij korte- ervaring met het secundair onderwijs heeft mij geleerd dat het Departement Onderwijs nogal druk kan leggen met het invoeren van vernieuwingen, niet tijdig informatie verschaft, hetgeen aanleiding geeft tot grote chaos.
Waar gaat deze hervorming over?
Het gepubliceerde objectief van deze hervorming is verbetering te brengen in het huidige watervalsysteem, waarbij leerlingen vertrekken van te hoog ingeschatte capaciteiten en dan gaandeweg ‘afwateren’ naar minder eisende richtingen, hetgeen demotivatie, tijdverlies met zich meebrengt.
De hervorming van de eerste graad beoogt specifiek om er een oriëntatie periode van te maken, hetgeen inhoudt dat iedere in de eerste graad genomen richting toegang moet kunnen geven tot iedere beschikbare richting in 2° graad.
Dit alles gebeurt tegen een achtergrond van dalende resultaten voor het Vlaamse onderwijs in internationale vergelijkingen.
Creëer gelijke kansen vs ‘onze leerlingen kennen geen stress’.
Dat is de discussie die op dit ogenblik woedt in de onderwijsmiddens. 
De verdedigers van de gelijke kansen wijzen op het wijzigende profiel van onze schoolbevolking, beïnvloed mede door de immigratie en de daar uit volgende verminderde kennis van het Nederlands, met als gevolg een te lage doorstroom van allochtonen naar het ASO. Hetzelfde geldt voor leerlingen die komen uit achtergestelde middens. Deze verdedigers pleiten voor een uniforme eerste graad in het secundair, dit om de oriëntering voor 2° en 3° graad meer gefundeerd te kunnen maken. Dit alles wordt gestaafd met onderzoek en ook met richtlijnen uitgaande van OESO.
Aan de andere kant staan diegenen die vinden dat de dalende resultaten van het Vlaamse onderwijs in eerste instantie te wijten zijn aan het niet of niet genoeg presteren van sommige scholen. Zij zeggen: concentreer je op de zwakkere scholen en het globale resultaat zal vanzelf omhoog gaan. Om het met de woorden van een van hen te zeggen: ‘onze leerlingen hébben geen stress. Nergens is er zo weinig ambitie als hier’ . Dit alles wordt eveneens gestaafd met onderzoek en statistieken.

Wat heeft de wetgever nu gedaan?
Wel, hij heeft de kool en de geit gespaard.
In eerste instantie is onder druk van een politicus die graag met Latijnse quotes naar buiten komt, het ASO/Latijn en Grieks onveranderd gelaten. Dit blijft zoals vroeger een zesjarig traject voor de drie graden van het secundair.
Vervolgens worden alle andere richtingen samengebracht in een eerste graad,  behalve de Beroepsrichting die apart blijft. Na afloop van die eerste graad moeten al deze leerlingen alle beschikbare richtingen in de 2° graad kunnen kiezen.
De individuele scholen krijgen echter de keuze om hun eerste graad via keuzevakken -5 uur op 30-  te organiseren. Sommige scholen zullen opteren om inderdaad alle leerlingen te laten ‘proeven’ van alle mogelijke beschikbare keuzevakken. Andere scholen zullen echter gebruik maken van die keuzemogelijkheid om hun nu bestaande richtingen van de eerste graad gewoon verder te zetten. Zij zullen dus verschillende klassen organiseren met ene wat meer of minder wiskunde, talen, techniek, etc. en die nu eigenlijk een voorbereiding zijn voor welbepaalde richtingen in 2° en 3° graad.
Daar staan we nu.
Dit is enkel voor de eerste graad secundair. U zult als ouder of grootouder in het komende jaar wel zien hoe de verschillende scholen zich zullen profileren in deze.  

Dit is enkel nog maar een begin: ook de 2° en 3° graad staan voor een serieuze reorganisatie in de komende jaren.
Wordt vervolgd. 

 

vijfminutenspeech - 10 november 2017

Karel Van Liempt

KAZERNE DOSSIN

werken aan de toekomst

____________________________________

Op 26 oktober jl. heb ik iets speciaals beleefd. Ik wil daarover vandaag kort verslag uitbrengen.

Die bewuste dag hebben een 20-tal personen – bestuursleden en directie – gebrainstormd over de toekomst van Kazerne Dossin. Fons Van Dijck van BBDO, een gereputeerd communicatiebureau, leidde de sessie. Ik ga eerst iets meer vertellen over Kazerne Dossin – voor de ingewijden ook  ‘KD’ genoemd – om daarna enige toelichting te geven over de betrokkenheid BBDO.

Nu 5 jaar geleden, op 1 december 2012 om precies te zijn, opende het museum Kazerne Dossin zijn deuren. Het nieuwe museumgebouw is een ontwerp van bOb Van Reeth.  Hij ontwierp het gebouw als een monument in de stad.


Het museum heeft de vorm van een vijfhoek. Vier verdiepingen hoog, met een witte façade langs de straatkant. De ramen die uitkijken op de kazerne zijn dichtgemetseld met 25.000 witte stenen. Ze staan symbool voor de meer dan 25.000 mensen die zijn weggevoerd. De historische treinwagon duidt de plaats aan waar vroeger de spoorlijn lag, vlak naast de kazerne. Sinds enkele maanden is deze treinwagon verplaatst naar het binnenplein.

Als eerste conservator heeft Herman Van Goethem – vandaag rector van de Universiteit Antwerpen - de conceptnota voor het museum opgesteld. ‘De Belgische casus’ van de Holocaust wordt er toegelicht, dit is de vervolging in België van Joden en zigeuners. Maar het is ook een  museum over massageweld. De mechanismen worden er getoond, die via groepsdruk en collectief geweld kunnen leiden tot massamoord en genocide. Kazerne Dossin is het eerste Holocaustmuseum dat het begrip mensenrechten expliciet in zijn benaming heeft opgenomen: Kazerne Dossin – Memoriaal, Museum en documentatiecentrum over Holocaust en Mensenrechten.

Bij de start van het museum is er een 5 jarenplan opgesteld, dat in concrete stappen aanduidde hoe de verschillende kernfuncties zich best dienden te ontwikkelen. Deze functies zijn:

  • Het memoriaal

  • Het museum

  • Het documentatie- en onderzoekscentrum

26 oktober jl. was de startvergadering om uiteindelijk over enkele maanden  tot een tweede 5 jarenplan te komen.

Voor mij een beetje eigenaardig toch dat BBDO aanwezig is in een KD-omgeving en de opdracht aanvaard heeft het proces te begeleiden om te komen tot een tweede 5 jarenplan. Ik associeer het communicatiebureau BBDO veeleer met commerciële bedrijven, die door inventieve reclametechnieken betere verkoopcijfers willen halen. Ik had de gelegenheid om even apart te kunnen spreken met Fons Van Dijck en hij bevestigde: dit is een ongewone opdracht voor BBDO. Maar voegde hij eraan toe: “Kazerne Dossin is een sterk merk met veel potentieel”. Dat is wat BBDO voor ogen staat: na de startfase KD een nieuw elan geven door “een nieuw verhaal” te schrijven. Om het met hun woorden te zeggen door “deep branding”. Branding zet je organisatie op de kaart en roept bepaalde gevoelens op bij je doelgroep. Het draagt je identiteit uit en maakt je tot een merk. Kortom, een merk ontstaat niet alleen door een rationele kennisname met een product, maar ook en vooral door er een emotionele band mee te hebben. Zo is het dan ook te verklaren dat gedurende  die bewuste interactieve sessie bestuursleden en directie zich niet alleen bogen over teksten en woordkeuzes, maar ook ernstig discussieerden over beelden en welke emotie deze opriepen in relatie tot Kazerne Dossin. En wat ik merkwaardig vond: na uren discussie kwamen alle aanwezigen ongeveer tot gelijkaardige conclusies. Er was met andere woorden een consensus gevonden. Iedereen was het erover eens: Fons Van Dijck had de groep op een zeer goede manier begeleid, stap voor stap. Iedereen ging met een goed gevoel naar huis.

Kazerne Dossin en BBDO, inderdaad op het eerste zicht een wat eigenaardig samen zijn. Maar de samenwerking is zeer hoopvol gestart. Ik kijk alvast uit naar het uiteindelijke resultaat.

vijfminutenspeech - 6 oktober 2017

Pol Bossuyt

Over de voedselverspilling in onze westerse wereld en het immense onevenwicht in beschikbaarheid van betaalbaar voedsel tussen ontwikkelde landen en de ontwikkelingslanden.

Vanuit zijn professionele betrokkenheid met de voedingsindustrie heeft Pol ons attent gemaakt op een schrikwekkende ongelijkheid in onze hedendaagse mondiale samenleving tussen de voedselverspilling in de ontwikkelde landen en de voedseltekorten in de ontwikkelingslanden. Er wordt bij ons niet minder dan gemiddeld 50 kg niet bedorven voedsel per jaar en per persoon weggegooid. De hoeveelheden van weggegooid voedsel bij ons overtreffen de elementaire voedselnoden van 2 miljard mensen in de minst bedeelde landen. Natuurlijk is een herverdeling niet zo eenvoudig en kost ook geld. Maar er is ook een mentaliteitswijziging nodig in onze westerse beschaving om de verspilling tegen te gaan, bv. door minder kritisch te zijn voor niet altijd perfect gevormde groenten en fruit. Zo kan de hoeveelheid afgekeurde waren toch afnemen. Hij sprak bv. over een initiatief in Nederland, nl. “De Verspillingsfabriek” waarbij basisgrondstoffen die omwille van "esthetiek" voor verkoop afgekeurd werden, daar toch tot volwaardige producten afgewerkt worden, en dit toch al met een capaciteit van 100 ton per week. Bewustwording van de problematiek en  politieke moed zijn vereist om het tij te keren. Want het kan niet zijn dat alle basisgrondstoffen naar onze rijke landen worden getransporteerd (denken we maar aan exotisch fruit of seizoensgroenten) terwijl de lokale bevolking het met de goedkopere overschotten moet doen. Een wijziging in ons consumptiegedrag is een eerste stap, maar een evenwichtiger internationaal beleid zal  ook nodig zijn om een verdere escalatie te vermijden en een betere spreiding van de voedselvoorraden te bewerkstelligen.
Daarnaast zullen de voedingstechnologen ook zoeken naar nieuwe duurzame voedingsmiddelen, waarbij product én verpakking moeten deel uitmaken van een  circulaire bio-economie die uitstoot van broeikasgassen en waterverbruik doet dalen. Proteïnevervangers als meelwormen en insecten, zullen in verwerkte vorm, een waardig alternatief bieden voor intensieve veeteelt, maar vragen een zekere gewenning van de verbruiker.

 

vijfminutenspeech - 1 september 2017

Koen Albers

Over de coöperatieve vereniging Cera en mijn (beperkte) rol daarin

Beste Prince-leden en vrienden, 

Ik heb de eer en het genoegen om als eerste een hopelijk succesvolle traditie in gang te zetten – namelijk die van de 5 minutenspeech. Vanaf nu willen we elke Prince afdelingsactiviteit hiermee starten. De invulling ervan is volledig vrij en de krijtlijnen zijn zeer ruim gesteld. Het kan gaan over iets dat je boeit, iets dat je is opgevallen in de media of iets waarover je gewoon je mening kwijt wil. Het kan ook iets zijn dat je over jezelf of één van je bezigheden kwijt wil; iets dat misschien weinigen van je weten maar dat je toch wel nuttig vind om eens met de groep te delen.

Ik heb gekozen voor dit laatste en wil jullie graag iets meer vertellen over de coöperatieve vereniging Cera en mijn (beperkte) rol daarin. Ik wil dit vooral doen omdat bij Cera een financiële sponsoring kan aangevraagd worden voor maatschappelijke projecten. 

De meesten onder jullie zijn wellicht actief in of gelinkt met één of andere sociale vereniging dus leek het me wel opportuun om iets meer over de mogelijkheden tot projectsteun te vertellen. 

Ik ben één van de vertegenwoordigers van Cera vennoten in de regionale adviesraad van de regio Lier die een 7-tal gemeenten omvat waaronder Putte en SKW.  Ik vertegenwoordig er, samen met 2 anderen, de vennoten die wonen in de gemeente Putte. 

Elke gemeente heeft afhankelijk van onder meer het aantal daar wonende vennoten 1 of meer vertegenwoordigers in een regionale adviesraad. Keerbergen valt trouwens onder de regionale adviesraad Demerland. Bonheiden onder de regionale adviesraad Mechelen – Klein Brabant. Elke regionale adviesraad krijgt jaarlijks een budget om maatschappelijke projecten in zijn regio te ondersteunen. De adviesraad komt 3-maal per jaar samen om de steunaanvragen te beoordelen. Gemiddeld wordt aan goedgekeurde projecten 1000 tot 3000 euro steun toegekend. 

Projecten moeten wel passen binnen bepaalde krijtlijnen. Cera heeft bijvoorbeeld recent steun verleend aan de volgende projecten

  • Rozemarijn (Haacht/Keerbergen) – enkele jaren geleden heb ik na overleg met Corneel trouwens een steunaanvraag begeleid voor een soort elektrisch aangedreven fietsmobiel waardoor ook minder mobiele personen mee kunnen op zonnige fietsuitstap

  • ’t Grom (SKW) – waar we trouwens met de afdeling al tweemaal zijn gaan koken. Daar heeft Cera de oorlogstuin met vergeten groenten mee mogelijk gemaakt.

  • De Regenboog (Putte) – vlak bij mij om de hoek. Dit is een vereniging die zich inzet voor armoedebestrijding via onder meer tweedehandskleding en voedselpakketten. Wel; Cera heeft vorig jaar de aankoop van een bestelwagen gesponsord.

  • Fort (Duffel) – daar heeft Cera de bouw van een touwenparcours in het Fort gesteund. Sommigen hier aanwezig hebben trouwens tijdens onze afdelingsuitstap 3 jaar geleden daar ook gegeten in de brasserie (De Krone) waarin autistische jongeren worden tewerkgesteld.

Dit waren slechts enkele voorbeelden. Ik rond af want mijn vijf minuten zitten er bijna op. Mocht je dus in je buurt of kennissenkring met initiatieven in aanraking komen die mogelijks voldoen aan de Cera steunvoorwaarden dan mag je me altijd eens aanspreken.

Eigenlijk vind je alle informatie wel op de website van Cera maar als ik kan helpen dan graag. 
 


Koen Albers

Please reload

   Vlaams-Nederlands Genootschap voor Taal en Cultuur

© Prince Keerbergen 2017