top of page

Coda - 13 juni 2026

44

Rob Blockx

Coda - 13 juni 2026

Gekookte vingers


Dit veld moet wel een slaapzaal zijn

voor honderd meter lange reuzen:

zandbedden reiken van de heg

tot aan de bramen langs het pad.

Ze werken niet, ze hangen 's nachts

geen hemd of broek aan onze linden,

ze liggen maar, voor lijk. Melde

springt op, als luis uit oude dekens.

Ze steken witte vingers op

en dan zet jij het mes erin.


Dit is mijn bord: hun duim, hun pink

met ham en ei en nootmuskaat.

Je leest geen sprookjes voor, je dient

gekookte reuzen dampend op.


Jos Versteegen, 'Slapen bij een warme man', uitgever: Nieuw Amsterdam, 22 februari 2008

https://www.josversteegen.nl/dichtbundels/slapen-bij-een-warme-man.php






Asperges me

Asperges zijn meestal heren,

meerderjarig en gaarne samen.

Zeker, er zijn ook dames bij,

die dragen bessen in de late zomer

en anderen groeien wild en vrij

in Venetië, de eerste dagen van mei

Soms waan ik mij zo'n heer,

(weerbarstig en met een onzeker geweten.

Men kan niet alles van mij eten,

mijn vel moet men eerst terdege pellen,)

een heer, neef van de hoppescheut

en van de schorseneer,

in de bittere aarde geteeld

en éénmaal in het licht, gegrepen

en graag geknepen.


En ook als ik reïncarneer,

dan niet Oosters in een kever

of in een jonge loopse hond

maar als in de tijd van mijn leven

door een prinses vastgebonden,

oprecht rechtop klaargestoomd

en dan glijdend in haar mond.

Een winteravond lang

geurt haar stil water

naar mijn diepe grond.



Hugo Claus, Gedichten 1948-2004. De Bezige Bij



De verliefde asperge


Ik lag met jou in hetzelfde bed

We sliepen wel rechtopJ

ij stak er net wat bovenuit

Vandaar jou blauwe kop


Ik was stapel op jouw lange lijf

Dat mag je nu best weten

Ik vond jou echt een reuze wijf

Gewoon om op te vreten


Laatst droomde ik de hele nacht

Aan een stuk door van jou

Jij werd mijn bruid mooi wit

Omdat ik van sleepasperges hou


Plots werd mijn droom bruut verstoord

Ik bloedde aan mijn kuiten

Wij werden allebei vermoord

Door zo’n hovenier van buiten


Wij werden in een kist gelegd

En spoedig daarna gewassen

Mijn rug was krom de jouwe recht

Jij was dus eerste klasse


Wat wreed toch van zo’n hovenier

Ons zo uiteen te rukken

Ik heb jou daarna nooit meer gezien

Want ik lag bij de stukken


Weet je wat ik het gekke vind

Het is eigenlijk heel stom

Terwijl ons leven in de grond begint

Is dat bij de mens net andersom



Paul Asselbergs, 21 mei 2009


bottom of page