Bratislava notitie 4 - De academische staf Neerlandistiek Univerzita Komenského v Bratislave


Sinds 1997 heeft onze afdeling Keerbergen van de Orde van den Prince een samenwerkingsverband met de afdeling Neerlandistiek van de Comenius Universiteit te Bratislava. Eind mei 2019 organiseren onze vrienden in Bratislava een belangrijk regionaal colloquium ‘Neerlandicum’ (zie reeds in een vroeger blogbericht). Het wil ‘Bruggen Slaan’ door collega’s uit de Lage Landen samen te brengen met Neerlandici vanuit heel Centraal Europa om ideeën uit te wisselen over taal, literatuur, didactiek, vertalen en tolken. (We zullen in een latere bijdrage het programma uitgebreid toelichten).

In de aanloop naar dit congres willen we u in enkele ‘Bratislava Notities’ wat achtergrond geven. In deze vierde notitie gaat de aandacht naar de academische staf Neerlandistiek in Bratislava. Ze nemen zelf het woord.

Professor dr. Jana Rakšányiová, CSc

Mocht ik het chronologisch opvatten, dan zou ik ergens in de prehistorie moeten beginnen, toen ik in het jaar 1967 Germanistiek en Scandinavistiek begon te studeren en dankzij enkele pedagogen er in mij een interesse ontsproot voor niet-traditionele dimensies van de filologie. Mijn eerste baan als tolk in de Duitse filmstudio DEFA opende voor mij de deuren naar de nieuw geopende universiteit met een in die tijd ongeziene focus op vertaalkunde en tolken. De interesse in vertaling kende een sneeuwbaleffect: studieverblijven in het buitenland, inspirerende ideeën, nieuwe inzichten en technieken en enorm wijze mensen die mij de kansen gaven om een doorsnee denken te doorbreken. Ik hoop, dat ik dat vuur ook aangestoken heb in vele van die honderden studenten en dat ik met meer dan veertig proza- en toneelvertalingen uit het Zweeds, Deens, Noors en Duits lezers en toeschouwers verrijkt heb.

Ik besefte dat Nederlands en zijn culturele, socio-economische dimensie niet in Slowakije mochten ontbreken. Het idee werd pas stapsgewijs concreet: in België maakte ik mij het Nederlands eigen, kwam in contact met de cultuur, leerde ik Neerlandici kennen. Toen kwam Wilken naar Bratislava, een Nederlander met de energie van een kerncentrale en in combinatie met zijn academisch intellect en organisatietalent betekende dat de lancering van de Bratislaafse neerlandistiek. Ik beken dat ik alles heel intensief beleefd heb, vandaag in de positie van een Methusalem, want als enige ben ik bij de neerlandistiek betrokken vanaf zijn eerste momenten tot nu.

Paradoxaal genoeg ben ik tussen deze neerlandici op een bepaalde manier een vreemdeling. Ik kwam uit naburige vakgebieden en bracht daar ideeën en kennis vandaan die ik ingebouwd heb in de Bratislaafde neerlandistiek. Ook al was hier in het begin van de jaren negentig geen enkele gerenommeerde neerlandicus, iemand moest toch beginnen, met bijhorende steun, met het opleiden van Slowaakse gediplomeerde neerlandici. Dat lukte. Op die academische weg hebben we Marketa gekozen, die later haar PhD. behaalde en ook haar docentschap kreeg. Met haar enthousiasme moet ik niet meer vrezen voor de Bratislaafse afdeling en kan ik met pensioen gaan.

Ik ga met pensioen verrijkt met veel mooie herinneringen: aan een aantal ontmoetingen met Centraal-Europese neerlandici die ons na aan het hart liggen, aan congressen en collega´s uit elk continent, regionale colloquia, vergaderingen over onze gezamenlijke plannen, vieringen van jubilea. Ik zou niet in staat zijn om alle lieve collega´s uit Praag, Brno, Olomouc, Wrocław, Poznań, Warschau, Wenen, Budapest, Debrecen, Zagreb en Belgrado te noemen, want zelfs de volgorde van de steden is een probleem, want ik wil niemand beledigen met deze volgorde. Zo’n intensieve collegialiteit kennen waarschijnlijk enkel kleine studierichtingen, die heel graag samenwerken.

Maar een blijdschap van ongekend kaliber voor de docent zijn de studenten. Wij zijn hier voor hen en tegenover hen hebben we de grootste verantwoordelijkheid. Als we hen kennis geven versterkt met het gevoel voor betekenis, wijsheid, goedheid, beleefdheid en verantwoordelijkheidszin en we zien dat ze niet enkel studeerden maar zich ook engageerden, zich inzetten voor de zaak, dan heeft ons werk zin gehad.

Doc. Mgr. Marketa Štefková (geb. Škrlantová), PhD

Kort geleden nog beantwoordde ik op het Taalcongres in Brussel voor het publiek uit de Lage Landen weer eens de vraag, waarom iemand in Slowakije Nederlands studeert. Toen ik deze beslissing nam wist ik nog zelf niet hoe belangrijk het in mijn leven zou worden. Ik wilde tolk en vertaalster worden, de Lage Landen kende ik van boeken, school en tv. Nu voel ik me vaak voor een derde Nederlands, een derde Belgisch en een derde Slowaaks. Ik werd veel directer dan dat de meeste Slowaken durven zijn, zeg openlijk mijn mening en argumenteer ook als mensen dit niet graag horen. Het vak, dat mijn beroep werd zette een duidelijke stempel op mijn leven maar familie, kinderen en mijn woonplekje, de tradities en warmte van de huiselijke haard zijn een even belangrijk onderdeel van mijn leven. Ik hou van de lange avonden bij een zelfgemaakt hapje met vrienden, maar ook van de dagen en nachten buigend over juridische vertalingen.

Als studente van de eerste groep Slowaakse neerlandici werd ik door Paul en Jana nog tijdens mijn studie aangesproken om bij de vakgroep te blijven werken. De studie, sfeer op de vakgroep en toegankelijkheid van de docenten vond ik als student buitengewoon fijn, waardoor de beslissing bijna onmiddellijk werd genomen. Ik word neerlandica van beroep! Maar de verdere wetenschappelijke oriëntatie op juridisch vertalen en tolken heeft veroorzaakt dat ik een ware mix werd van een neerlandicus en translatoloog. Er volgden studieverblijven in Leiden en Brussel, de eerste colleges op de avondcursus, doctoraatsonderzoek op het Centrum voor Nederlandse Rechtstaal in Leuven onder begeleiding van de professoren Smedts en Lambert, habilitatieonderzoek aan de Lessius Hogeschool in Antwerpen onder begeleiding van de professoren Steurs, Kockaert en Hertog. Ondertussen volgden tientallen colloquia, congressen, conferenties, zomerscholen, didactische nascholingen... Langzaam incorporeerde ik me in de Midden-Europese en internationale groep neerlandici, translatologen en juridische vertalers, nam contacten op met IVN, COMENIUS, CETRA, EULITA en diverse beroepsorganisaties van beëdigde vertalers in Slowakije. Dat werd allemaal mogelijk gemaakt met steun van de Taalunie, de Prince-vrienden, de Vlaamse Gemeenschap, de Nederlandse ambassade, het Ministerie van Justitie van de SR, onze faculteit en vele anderen.

Het werk aan de universiteit opende voor me een deur naar ongekende mogelijkheden en kansen. Het verrijkte mijn leven met veel nieuwe internationale contacten, waarvan vele zich ontwikkelden tot diepe persoonlijke vriendschappen. De nauwe banden en projecten tussen de vakgroepen Nederlands in de regio maakten het mogelijk om de collega´s ook ergens anders dan alleen maar op het werk te leren kennen en ervaring op te doen met studenten uit het buitenland. Colleges taalkunde aan de Weense universiteit, gastcolleges in Wrocław of Belgrado, het eerste DOHA-colloquium in Bratislava, vertaalateliers, workshops, het Jaar van de Nederlandse cultuur, audiëntie bij de Nederlandse Koningin, het was allemaal de spijs die het dagelijkse werk gekruid heeft.

Maar een goede baan maken eerst en vooral de mensen. Het stuur van deze kleine, maar fijne vakgroep is al jaren in handen van onze wijze, charmante, energievolle, gemotiveerde en bijzonder menselijke Jana Rakšányiová. Zij is het, die in het meest gespannen moment met een leuke grap komt en in moeilijke persoonlijke situaties wijze raad en ondersteuning geeft, zij is het die onze teamgeest koestert en voor de creatieve, motiverende werksfeer zorgt. Zeker spreek ik ook voor de collega´s als ik zeg, dat we ons geen betere baas konden wensen! De naaste collega´s neerlandici, collega´s germanisten, translatologen, beëdigde vertalers en DE STUDENTEN zijn de reden, waarom ik elke dag graag terugkeer naar de universiteit, mijn lessen voorbereid, graag luister, discussieer, richting aanwijs, voor verdere zelfstudie en onderzoek motiveer, projecten ontwikkel. Het intensieve werk aan recente activiteiten zoals het Jaar van de Nederlandse cultuur, het project TRANSIUS en het tweede jubileumfeest van de Neerlandistiek in Bratislava tonen dat wat we gezaaid hebben nu mogen oogsten.

Benjamin Bossaert, MA

Eigenlijk begonnen mijn verhaal en mijn herinnering aan ons instituut een hele tijd voor ik bij Nederlands uitkwam. Toen ik nog Slavistiek in Gent studeerde, raadde mijn toenmalige lectrice Tsjechisch mij aan om een zomercursus Slowaaks te gaan volgen. Dat was in 2005. Zij dacht dat Slowaaks me wel zou bevallen. Ik raakte er nooit meer weg...die welluidende taal! Die geschiedenis! De vriendelijke mensen, prachtige natuur. Hoe meer ik me er in verdiepte, hoe meer ik ook wilde dat de Slowaken iets van mijn land mochten proeven. En mijn cultuur. Maar welke cultuur? Vlaams? Belgisch? Nederlands? Nederlandstalig?

In september 2009 klonk er een telefoongesprek uit Bratislava. Ik mocht solliciteren. Marketa Štefková zou in Antwerpen zijn en de situatie van de afdeling kort uitleggen. Het werd een Nederlands-Slowaaks gesprek, ergens bij het prachtige centraal station. Er werd toen een andere kandidate gekozen maar ik kon ondertussen ervaring opdoen in Brussel en na een jaar kon ik in Bratislava toch aan de slag. Met enthousiasme. De eerste maanden in Bratislava waren druk, maar leuk: enorm veel nieuwe mensen leren kennen, een hartelijke verwelkoming door professor Rakšányiová die altijd klaarstond als ik om raad vroeg en me ook in contact bracht met de andere collega´s lectoren.

Al die jaren grap ik weleens dat Comenius mij achtervolgt. Ik volgde een zomercursus Slowaaks: aan de Comenius-universiteit. Ik volgde een cursus Tsjechische literatuur: weer Comenius. Ik ging na mijn lerarenopleiding naar Púchov op uitwisseling met… Socrates-Comenius. Ik zie in de lerarenkamer een grote buste: van Comenius. Ik werk nu: aan de Comenius-universiteit. Ik word secretaris van de… vereniging van neerlandici ...u raadt het al. De bekende pedagoog als voorbeeld!

Na zes jaar aan de afdeling kijk ik even terug en er zijn best wel een paar zaken waarop we trots mogen zijn. De Comenius-zomercursus van 2014. Het ROK in 2016 met een geslaagde faculteitsdag en ons jubileumfeest. Enkele leuke bijscholingen van de Nederlandse Taalunie, onze trouwe partner. Vele interessante colloquia, het eerste in een stralend, kolkend, maar ook wat beangstigend Belgrado (Ratko Mladić werd toen die eerste avond gearresteerd!). Hartelijke en goede contacten met de collega´s uit Tsjechië. En de verbondenheid van de collega-lectoren in de regio. Wat is het verrijkend om te praten met onze vrienden en vele anderen over ´onze´ studenten in de regio.

Graag kijk ik ook uit naar verder onderzoek, verdere projecten, bijvoorbeeld rond literair vertalen, rond toneel, cultuur, comparatief onderzoek van de Vlaamse en de Slowaakse nationale bewegingen. Want Nederlandse, Vlaamse, Slowaakse, Slavische en Centraal-Europese cultuur verbinden, dat is de leukste job ter wereld!

Milan Potočar

Hoe ben ik Neerlandicus geworden?Ik ben in Bratislava geboren. Mijn interesse voor vreemde talen en een paar bezoeken aan Nederland in mijn jeugd met mijn ouders hebben mijn liefde voor de Nederlandse taal en cultuur gestimuleerd. Tijdens verblijven in Antwerpen en in Wenen werd mijn interesse verdiept en ik kreeg de kans om mijn kennis uit te breiden dankzij diverse cursussen in Gent, Aken en Athene. In 2013 voltooide ik de studie met de verdediging van mijn masterproef, waarin ik me met revolutionaire herinneringsplaatsen, de Lieux de mémoire, bezighield. Na een jaar in het bedrijfsleven besloot ik terug te keren naar mijn alma mater en na een succesvolle aanmelding voor doctorale studies begon mijn onderzoek over kwaliteitscriteria van juridische vertalingen. Eerst als promovendus bij de afdeling Neerlandistiek in Bratislava maar vanaf september 2016 ook aan de Katholieke Universiteit van Leuven, Campus Antwerpen. Ik heb dit doctoraat met succes verdedigd in 2018 en nu….

#Comenius #Bratislava #PaulvandenHeuvel #MarketaStefkova

   Vlaams-Nederlands Genootschap voor Taal en Cultuur

© Prince Keerbergen 2017